- Arizona hoort bij de Mountain-timezone, waar het een uur eerder is dan in Califirnia en Nevada. Vanaf de derde dag van ons verblijf hier hebben we in die zone doorgebracht. - Toen we afgelopen vrijdag tegen vijven aangekomen waren bij de Grand Canyon en ons registreerden op de camping van Grand Canyon zag ik op de klok achter de receptioniste 3.50 staan tien voor vier. Dat bleek de juiste tijd te zijn daar ter plaatse. Volgens haar hadden ze deze tijd omdat ze veel toeristen uit Nevada en California hadden en die dan niets hoefden te veranderen. - Later bleek dat Arizona niet aan Daylight Saving Time (zomertijd) doet en de omringen de staten wel. - Maar het was vreemd dat wij diezelfde ochtend, ook in Arizona, het Navajo National Monument bezocht hadden en daar wel de 'gewone' tijd hadden aangetroffen. - Ook op dat raadsel kwam een antwoord: in de Reservations (die meer dan een derde van het grondgenied van Arizona beslaan) doet men gewoon aan zomertijd.
Toen we eergisteren in Kanab boodschappen deden in een grote supermarkt, en mijn opdracht was om de wijn aan te vullen, bleek dat niet te kunnen: in Utah verkoopt een supermarkt geen wijn. In het begin van onze tocht hadden we in California en Wyoming een gewoon bij de Walmart of een andere winkel een voorraadje wijn gekocht. - Gister vroegen we aan onze campinghoudster of je dan in heel Utah geen wijn kunt krijgen. Dat kon wel, bij een State Liquor Shop. En we hadden geluk, want het Best Western Hotel bij de ingang van Bryce Canyon had een licentie voor zo'n shop. - Ze had gelijk, naast de lobby van het hotel bevond zich een afgescheiden ruimte met diverse soorten drank. De goedkoopste fles rode wijn was 10 dollar, maar die was dan ook goed volgens het hotelmeisje. - Ze had gelijk.
Vanmorgen was het berekoud. Het had veel geregend 's nachts, maar de voorspelde sneeuw was uitgebleven. De zon scheen weer, maar de snijdende wind ging door alle kleren heen. De camping ligt op 7777 voet, dat is meer dan 2100 meter. Een eind boven Saas Fee.
Zojuist in Zion National Park aangekomen. We gaan zometeen op weg met de shuttle. Het is nu half twee. Warm, mooi weer, wel nog flink wat wind.
(Deze blog had ik vanmorgen ook al geschreven, maar door een instabiel internet ging het bericht niet weg, het bleek daarna ook grotendeels verdwenen.)
Vanavond denk ik meer.
Wim
woensdag 30 september 2009
dinsdag 29 september 2009
Correctie bij Grand Canyon (2)
Het probleem met aardlagen is dat ze (vaak) omhoog geduwd worden en dat ze in de loop van de tijd (altijd) afslijten door erosie, verwering. De aardlaag in het gebied van de Grand Canyon waarin resten van dinosauriers gevonden hadden kunnen worden is sinds lang ge-erodeerd. Er is daar vijfduizend voet dikte aan aardlagen verdwenen. Die lagen boven de laag die nu de bovenste is.
Mijn als verduidelijking bedoelde opmerking over de aardlaag met dinosaurier-overblijfselen was dus onjuist en had achterwege moeten blijven. De essentie van wat ik wilde zeggen blijft dezelfde.
Excuus, Wim
Mijn als verduidelijking bedoelde opmerking over de aardlaag met dinosaurier-overblijfselen was dus onjuist en had achterwege moeten blijven. De essentie van wat ik wilde zeggen blijft dezelfde.
Excuus, Wim
Bryce Canyon 2
Lieve allemaal,
Het is nu dinsdagavond, en ik zit weer in de lounge van de vliegen, want we zijn hier toch maar gebleven, gewoon omdat ik het een leuke camping vind, klein en simpel. Vanmorgen hebben we lekker bij de , ach, nu wou ik tent schrijven, nee, camper dus, gezeten. Lekker gelezen, en een was gedaan. vroeg geluncht en toen een wandeling gaan maken in Bryce Canyon. Nou, dat was heel fantastisch! Ik probeer een paar foto's erbij te doen, en die spreken dan hopelijk voor zich. (Ik zit hier trouwens vanavond niet alleen. twee mannen zitten met hun laptop te spelen, zodanig, dat ik geen stopkontakt heb, en op de accu moet werken.)
Ik laat het hier bij. morgen gaan we naar Zion. Moet ook erg mooi zijn. het is vlakbij voiorzover er hier iets vlakbij kan zijn.
Dag, tot de volgende keer!
ELS
P.S. Herman, sorry, het was Chelyabinsk!
Grand Canyon (2)
De volgorde van onze impressies en verslagjes moet de lezer(es) voor lief nemen. Dit stukje schrijf ik bij Bryce, het is een impressie die je bij, in, de Grand Canyon ervaart. Je ziet daar, in welke richting je de Canyon ook bekijkt, altijd de meestal vrijwel horizontale banden, lagen, van de rotsformaties, in de kleuren wit en diverse nuances rood. De rode en witte lagen zijn duidelijk gescheiden, de witte limestone, van marien materiaal uit een aantal in de loop der miljoenen jaren verdampte zee-en, de rode van verschillende soorten zandsteen.
- Wat je treft is je onvermogen om de tijdschaal van die rotsen te combineren met die van jezelf. Zo'n witte laag limestone, er zijn er een aantal boven elkaar, is in een paar miljoen jaar ontstaan. Het hele rotspak, vanaf het niveau waar nu de Colorado stroomt tot bovenaan, is zo'n vijfhonderdmiljoen jaar oud. OK. - De geschiedenislessen leren ons dat in diverse landen sinds ongeveer 5000 jaar geleden menselijke activiteiten merkbaar worden door schriftelijke overlevering. Alle geloven, Boeddhisme, Hindoe-isme, Joden- en Christendom zijn nog jonger. Nu gaan er in een miljoen jaar 200 van zulke perioden van 5000 jaar. Wij leven aan het eind vasn de tweehonderdste, maar er was ook een hondderddrie-ennegentiste (Lascaux) en een twee-entwintigste (weten we niets van). Dat miljoen jaar is misschien een millimeter dikte van zo'n witte band in de Grand Canyon.
- Dus waar hebben we het eigenlijk over als we de minuscule ervaring van de soort mens willen veralgemenen en toepassen op alle tijden. In de tijd van twintig dertig lagen beneden de bovenste liepen hier dinosaurussen rond, en een paar lagen daarboven, straks? Buitengewoon onwaarschijnlijk dat er mensen zullen lopen.
Els noemde de praktische shuttle-bussen al; drie lijnen, en elke lijn met een frequentie van vier bussen per uur. Die lijnen sluiten steeds goed op elkaar aan als je wilt overstappen om verder in oostelijke of westlijke richting te gaan.
Op het 'Hopi-point' keken we met een paar honderd andere toeristen naar de zonsondergang. De terugtocht was een voor de busdienst lastige logistieke opdracht. De zon is onder en het Hopi-point is een uurtje lopen verwijderd van de 'village-bus', de centrale lijn. De 'rode bus', die dit punt eens per kwartier aandoet, tot een uur na zonsondergang, heeft per bus een capaciteit van zo'n zestig passagiers. Extra bussen ingezet, maar voor ons toch queu-en. En bij de overstap opnieuw. Daarna staande een halfuurtje schommelen en met een mooie sterenhemel thuiskomen in onze 'trailer-village', die een eigen stop heeft.
Bescheiden en tevreden kijken we terug op ons korte verblijf.
Wim
- Wat je treft is je onvermogen om de tijdschaal van die rotsen te combineren met die van jezelf. Zo'n witte laag limestone, er zijn er een aantal boven elkaar, is in een paar miljoen jaar ontstaan. Het hele rotspak, vanaf het niveau waar nu de Colorado stroomt tot bovenaan, is zo'n vijfhonderdmiljoen jaar oud. OK. - De geschiedenislessen leren ons dat in diverse landen sinds ongeveer 5000 jaar geleden menselijke activiteiten merkbaar worden door schriftelijke overlevering. Alle geloven, Boeddhisme, Hindoe-isme, Joden- en Christendom zijn nog jonger. Nu gaan er in een miljoen jaar 200 van zulke perioden van 5000 jaar. Wij leven aan het eind vasn de tweehonderdste, maar er was ook een hondderddrie-ennegentiste (Lascaux) en een twee-entwintigste (weten we niets van). Dat miljoen jaar is misschien een millimeter dikte van zo'n witte band in de Grand Canyon.
- Dus waar hebben we het eigenlijk over als we de minuscule ervaring van de soort mens willen veralgemenen en toepassen op alle tijden. In de tijd van twintig dertig lagen beneden de bovenste liepen hier dinosaurussen rond, en een paar lagen daarboven, straks? Buitengewoon onwaarschijnlijk dat er mensen zullen lopen.
Els noemde de praktische shuttle-bussen al; drie lijnen, en elke lijn met een frequentie van vier bussen per uur. Die lijnen sluiten steeds goed op elkaar aan als je wilt overstappen om verder in oostelijke of westlijke richting te gaan.
Op het 'Hopi-point' keken we met een paar honderd andere toeristen naar de zonsondergang. De terugtocht was een voor de busdienst lastige logistieke opdracht. De zon is onder en het Hopi-point is een uurtje lopen verwijderd van de 'village-bus', de centrale lijn. De 'rode bus', die dit punt eens per kwartier aandoet, tot een uur na zonsondergang, heeft per bus een capaciteit van zo'n zestig passagiers. Extra bussen ingezet, maar voor ons toch queu-en. En bij de overstap opnieuw. Daarna staande een halfuurtje schommelen en met een mooie sterenhemel thuiskomen in onze 'trailer-village', die een eigen stop heeft.
Bescheiden en tevreden kijken we terug op ons korte verblijf.
Wim
Bryce Canyon
Hallo allemaal,En nu is het dinsdagochtend half 9 (hier), en nu zit ik (Els) dus in deze " lounge" met onze reislaptop. Inderdaad veel vliegen. Naast me is de laundry, en daar is een machine bezig mijn was (onze was, he, Con?) te drogen. Wel gemakkelijk hoor, overal van die wasmachines!
We waren dus drie dagen verstoken van WiFi en ook het sms-en ging niet of sporadisch. Waar een mens allemaal niet aan verslaafd kan raken!
Gisteren dus heel erg ver gereden (340 mijl, 550 km) om hier te komen. Eerst door Indianenreservaten...........het geeft je te denken dat Indianen in zulke verschrikkelijk woeste en onherbergzame gebieden (moeten?) leven. Je ziet veel van die bouwvallige kraampjes aan de weg met " Indian jewelry" met Amerikaanse vlaggetjes. Amerikaans....ja, gewoon Amerikanen zijn het. Wanneer zou er nou es een Indiaan hoog in de politiek terecht komen? Dienen deze jongens ook in Irak, in Afghanistan? Gaan ze ook wel naar Universiteiten? Ik durfde eigenlijk niet goed te vragen op wie ze hadden gestemd.Is Obama ook goed voor deze mensen? Als Nederlander sta je (nee, laat ik voor mezelf spreken stond ik )er nooit bij stil dat Amerika niet alleen negers en blanken heeft, maar ook Indianen. En zij (die indianen) waren er eerst, nietwaar?Wat een problemen!
Maar wij zijn nu lekker toerist in Bryce Canyon. Ik denk wel dat we verhuizen naar een andere camping , eentje die dichter bij het park zelf is, en waar internet "gewoon"(haha, gewoon!) in de camper zelf available is. Campings genoeg. We gaan vandaag ook na de was en het blog, een wandeling maken, die de mooiste drie-mijl-wandeling ter wereld heet te zijn. Gisteren hebben we al direct na registeren op deze camping, meteen een kijkje genomen in het park, dat heel langgerekt is (18 mijl meen ik). eerst helemaal naar het eind gereden, en vandaar af weer terug, steeds uitstappend bij alle viewpoints. Fantastisch, wat is dit mooi. Misschien is het landschap wel mooier dan in de Grand Canyon, waarschijnlijk door het toch kleinschaligere maar vrnl doordat hier veel meer loofbomen staan, die hun prachtige herfstkleuren tonen. Indian summer hier! Als er alleen dennen en den-achtigen staan, zie je daar minder van. Zoals in Yellowstone en de Grand Canyon.
De shuttle-bus, zoals die in de Grand Canyon zo ontzettend handig en gestroomlijnd iedereen ter plekke brengt. en die hier ook rijdt, is sinds gisteren niet meer in de running; (het seizoen is bijna afgelopen)dat betekent wel dat we alles per RV moeten doen. Lastig? Ach ja, maar overal is parking space genoeg, en alles went.
Gisteravond om 9.15 (we waren net binnen na Wim's bloggen en mijn douche) werden we ineens gebeld door Herman, uit Cheyriabinsk (ik doe de spelling uit mijn hoofd, is dus ws niet juist; ik kijk het na!)...........dat was een verrassing! Bij hem is het precies 12 uur vroeger dan hier. Hij maakt het goed; moet nog heel wat reizen deze week, langs andere programmeurs die voor Seagull werken, oa Jekaterinenburg. Afstanden lijken niet meer te tellen!
En nu stopt de droger, en stop ik ook.
Tot de volgende keer!
ELS
We waren dus drie dagen verstoken van WiFi en ook het sms-en ging niet of sporadisch. Waar een mens allemaal niet aan verslaafd kan raken!
Gisteren dus heel erg ver gereden (340 mijl, 550 km) om hier te komen. Eerst door Indianenreservaten...........het geeft je te denken dat Indianen in zulke verschrikkelijk woeste en onherbergzame gebieden (moeten?) leven. Je ziet veel van die bouwvallige kraampjes aan de weg met " Indian jewelry" met Amerikaanse vlaggetjes. Amerikaans....ja, gewoon Amerikanen zijn het. Wanneer zou er nou es een Indiaan hoog in de politiek terecht komen? Dienen deze jongens ook in Irak, in Afghanistan? Gaan ze ook wel naar Universiteiten? Ik durfde eigenlijk niet goed te vragen op wie ze hadden gestemd.Is Obama ook goed voor deze mensen? Als Nederlander sta je (nee, laat ik voor mezelf spreken stond ik )er nooit bij stil dat Amerika niet alleen negers en blanken heeft, maar ook Indianen. En zij (die indianen) waren er eerst, nietwaar?Wat een problemen!
Maar wij zijn nu lekker toerist in Bryce Canyon. Ik denk wel dat we verhuizen naar een andere camping , eentje die dichter bij het park zelf is, en waar internet "gewoon"(haha, gewoon!) in de camper zelf available is. Campings genoeg. We gaan vandaag ook na de was en het blog, een wandeling maken, die de mooiste drie-mijl-wandeling ter wereld heet te zijn. Gisteren hebben we al direct na registeren op deze camping, meteen een kijkje genomen in het park, dat heel langgerekt is (18 mijl meen ik). eerst helemaal naar het eind gereden, en vandaar af weer terug, steeds uitstappend bij alle viewpoints. Fantastisch, wat is dit mooi. Misschien is het landschap wel mooier dan in de Grand Canyon, waarschijnlijk door het toch kleinschaligere maar vrnl doordat hier veel meer loofbomen staan, die hun prachtige herfstkleuren tonen. Indian summer hier! Als er alleen dennen en den-achtigen staan, zie je daar minder van. Zoals in Yellowstone en de Grand Canyon.
De shuttle-bus, zoals die in de Grand Canyon zo ontzettend handig en gestroomlijnd iedereen ter plekke brengt. en die hier ook rijdt, is sinds gisteren niet meer in de running; (het seizoen is bijna afgelopen)dat betekent wel dat we alles per RV moeten doen. Lastig? Ach ja, maar overal is parking space genoeg, en alles went.
Gisteravond om 9.15 (we waren net binnen na Wim's bloggen en mijn douche) werden we ineens gebeld door Herman, uit Cheyriabinsk (ik doe de spelling uit mijn hoofd, is dus ws niet juist; ik kijk het na!)...........dat was een verrassing! Bij hem is het precies 12 uur vroeger dan hier. Hij maakt het goed; moet nog heel wat reizen deze week, langs andere programmeurs die voor Seagull werken, oa Jekaterinenburg. Afstanden lijken niet meer te tellen!
En nu stopt de droger, en stop ik ook.
Tot de volgende keer!
ELS
maandag 28 september 2009
Grand Canyon
Na de Navajo's zijn we drie dagen bij de Grand Canyon geweest. We hebben er gewandeld, hebben de schaal van de mijl-diepe en meer dan tien mijl brede canyon niet goed kunnen bevatten. Verbaasd gekeken naar de rotsformaties en hun kleuren. Het heeft weinig zin hier in algemene termen veel over te zeggen. We waren tevreden over de congruentie van wat we verwacht hadden te zien en wat we zagen.
- Er zijn allerlei trails, waarvan we er een paar gelopen hebben. De eenvoudige en vrijwel horizontale rim-trail met prachtige uitzichten hebben we gedaan, en ook het bovenste stuk van de Bright Angel trail. Dat pad kun je tot helemaal beneden wandelen, dat is een dagreis, en je komt dezelfde dag niet weer boven. Je kunt halverwege naar beneden gaan, daar overnachten (kamperen) en de volgende dag naar boven klimmen, een kleine kilometer (dat hebben Arend en Elise een jaar of 15 geleden gedaan). Je kunt gaan tot three mile resthouse, 600 meter dalen en daarna weer klimmen, daar staat een uur of zeven voor. En je kunt, zoals wij en vele anderen deden slechts gaan tot one and a half mile resthouse, dat is 350 meter dalen en klimmen, waar je gemiddeld twee-en-half uur over doet. Heel bevredigend.
We staan nu op een camping bij Bryce Canyon. De WiFi werkt er alleen in een soort lounge, niet op het kampeerterrein. In dat vertrekje zit ik nu een beetje ongemakkelijk vliegen van me af te slaan. We proberen morgen de blog bij te werken.
Els komt juist gedoucht binnen. Ze wil nu nu niet schrijven; de lounge gaat zometeen dicht.
Tot morgen dus,
Wim
- Er zijn allerlei trails, waarvan we er een paar gelopen hebben. De eenvoudige en vrijwel horizontale rim-trail met prachtige uitzichten hebben we gedaan, en ook het bovenste stuk van de Bright Angel trail. Dat pad kun je tot helemaal beneden wandelen, dat is een dagreis, en je komt dezelfde dag niet weer boven. Je kunt halverwege naar beneden gaan, daar overnachten (kamperen) en de volgende dag naar boven klimmen, een kleine kilometer (dat hebben Arend en Elise een jaar of 15 geleden gedaan). Je kunt gaan tot three mile resthouse, 600 meter dalen en daarna weer klimmen, daar staat een uur of zeven voor. En je kunt, zoals wij en vele anderen deden slechts gaan tot one and a half mile resthouse, dat is 350 meter dalen en klimmen, waar je gemiddeld twee-en-half uur over doet. Heel bevredigend.
We staan nu op een camping bij Bryce Canyon. De WiFi werkt er alleen in een soort lounge, niet op het kampeerterrein. In dat vertrekje zit ik nu een beetje ongemakkelijk vliegen van me af te slaan. We proberen morgen de blog bij te werken.
Els komt juist gedoucht binnen. Ze wil nu nu niet schrijven; de lounge gaat zometeen dicht.
Tot morgen dus,
Wim
Tusen de Navajo's
22-24 september
Er is een supermarkt in ons dorpje Goulding. De supermarkt is echt en Els werkte er haar boodschappenlijst af terwijl ik vegeefs naar wijn zocht. Maar het dorpje is het niet, echt. Je hebt in dit hele gebied, de Navajo reservation, geen plaatsen, dorpen, vlekken of buurtschappen zoals wij die kennen. Soms zijn er wat huisjes, soms wat hutjes, soms is er zomaar een huis of zomaar een hutje. Grotere plaatsen, die op de kaart stadjes lijken, zijn niets anders dan wat meer huizen bij elkaar op een wat grotere oppervlakte. Huizen met twee verdiepingen hebben we, buiten het half in de berg gebouwde appartementenhotel van Goulding niet gezien. Goulding was een man die in de twintiger jaren van de vorige eeuw een goede band had met de Navajo's. Hij handelde met ze, respecteerde ze en werd een ikoon. Ook onze camping heette Goulding. Het personeel was Navajo, wat voor ons nuttig was toen we wilden weten of er een camping was in Tuba City. Onze boekjes spraken elkaar tegen. Hoewel die plaats zo'n 90 mijl verderop ligt wist de indiaanse receptioniste het antwoord meteen: nee. We kregen de indruk dat Navajo's geen campings organiseren behalve de onze.
- Aan de wegen door het gebied -dat zijn er betrekkelijk weinig, het is er ruig en onherbergzaam- zie je om de paar mijl op een meter of dertig van de straat een kraam, hut, optrekje, waar de voorbijrijdende auto kan stoppen en door Navajo's gemaakte sieraden, 'jewellery' kan kopen. Soms kun je er een afspraak maken om met een jeep naar een Navajo-heiligdom te gaan.
Hoewel Goulding wel een prettige camping was gaf het gedoe met en de beloofde inhoud van de georganiseerde tours naar heiligdommen en John Wayne-country ons het gevoel dat het allemaal meer folklore was dan substance. We hebben geen van de tours gemaakt, dus weten het niet zeker. Om, voordat we het uitgestrekte Navajo-gebied verlieten, toch iets te weten te komen over de Navajo's (en de Hopi's, en andere stammen die er ook zijn), hebben we op onze laatste dag in dat gebied het nationale Navajo Monument bezocht.
Dat bezoek was een in zoverre een succes dat we er voor ons gevoel echt iets geleerd hebben. Onze vrouwelijke Navajo-gids was authentiek, echt, zich niet bewust van quasi-dingen. Ze was niet dom, niet slim, ze was solide. Ze sprak matig Engels, maar op den duur konden we haar goed volgen. We liepen met haar een pad vanwaar je een uitzicht had op het Nationale monument Betatakin, dat tot 1300 bewoond was geweest door de 'Puebloan' voorouders van indianenstammen. Omstreeks 1300 werd het gebied vanwege langdurige droogte verlaten. Achttien stammen, waaronder de Navajos's, zeggen dat het hun voorouders waren. We hoorden en zagen iets over de landbouwgeschiedenis en de huizenbouw (in naar een kant open grote spelonken). Maar wat we echt interessant vonden was wat ze vertelde en de manier waarop ze dat deed, over de struiken en bomen die we zagen. Een van haar vier paarden had veertien dagen geleden iets aan zijn been gekregen. Haar moeder zei toen tegen haar dat ze die en die schors of dat en dat blad (ik ben de details bergeten) moest koken en op de wond doen. Prima advies, de wond was snel genezen en het paard liep weer als voorheen. Scheelde haar een reis naar de vet in Tuba City. Ik ben veel van wat ze min of meer terloops vertelde vergeten. Haar moeder werd daarbij nog een paar keer genoemd. Sap uit de wortels (?) van de de yucca was goed om er je haar mee te wassen (voor haar persoonlijk overigens niet, omdat zij er allergisch voor was; zij moest daarom de smalbladige yucca nemen), hars van de juniperus (bepaalde soort) was goed om op een wond te smeren (ze liet ons de hars zien, heel kleverig natuurlijk, ik heb die gebruikt voor een sneetje in mijn hand (maar de hansaplast niet verwijderd). Pitten van een bepaalde juniperus (ze liet ze zien) kon je gebruiken om snoeren mee te maken, maar ook voor .. ik weet het niet meer. Veel van wat ze vertelde kwam allemaal min of meer toevallig aan de orde, doordat iemand iets vroeg, of doordat een zoogdier zijn uitwerpselen had achtergelaten. - Toen iemand na afloop van de wandeling aan haar vroeg of alles wat ze verteld had ook bekend was zei ze dat we alles in de boeken konden vinden. Maar ook dat het door sommige ouderen uit haar buurt niet goed gevonden werd om alles maar aan iedereen vertellen. Tja, zei ze, je kunt het nu allemaal op het internet vinden, dus veel geheims is er niet meer.
Van zo'n Navajo Reservation, waar geloof ik de Navajo's het voor het zeggen hebben, maar waar geen enkel perspectief lijkt te zijn op een natuurlijke ontwikkeling, word je een beetje treurig. Ik zou niet weten hoe het wel moest, en er zijn wel wat positieve kantjes. Er zijn scholen, schoolbussen verzamelen de kinderen van hun ge-isoleerde woonsteden. Op school leren de meisjes praktische dingen: textiele handwerken, weven voor het toerisme (zodat Els' Navajo-fleece niet meer uit Alaska hoeft te komen). Zulke dingen.
In het museumpje in Goulding zat een gezette indiaanse bij de kassa die eigenlijk geen kassa was: er was geen entree, maar je kon een vrijwillige bijdrage in een busje doen, waar ze de (vele) bezoekers zo nu en dan op wees. Ze had prachtig lang zwart haar, dat ze, gelijk Lorelei, aan een stuk door aan het kammen was. Uit nieuwsgierigheid vroeg ik haar, haar Engels was matig, wat ze thuis sprak, en wat de kinderen op school leerden. Er bleek een soortgelijke situatie te heersen als bij ons op het Friese platteland (en andere plattelanden): de kinderen spreken thuis alleen Navajo, maar de taal op school is Engels.
We (ik bedoel Els en ik) weten nog steeds niets van wat de Navajo's echt belangrijk vinden, en ook niet hoe ze in de praktijk van het gezin en de 'commune' (?) leven. We hebben naar van alles niet ge-informeerd, hoewel we er wel benieuwd naar waren. Moeten de indianen gewoon in dienst, en moeten hun vlechten (dieze niet altijd maar toch vrij vaak hebben) er dan af? Hebben ze allemaal op Obama gestemd?
Maar als er Navajo's zijn zoals onze gids in het Nationaal Monument moet dat betekenen dat relativeringsvermogen en het hebben van een open mind bij hen niet (altijd) wordt veroordeeld.
En je zegt Navaho, niet Navajo.
Wim
Er is een supermarkt in ons dorpje Goulding. De supermarkt is echt en Els werkte er haar boodschappenlijst af terwijl ik vegeefs naar wijn zocht. Maar het dorpje is het niet, echt. Je hebt in dit hele gebied, de Navajo reservation, geen plaatsen, dorpen, vlekken of buurtschappen zoals wij die kennen. Soms zijn er wat huisjes, soms wat hutjes, soms is er zomaar een huis of zomaar een hutje. Grotere plaatsen, die op de kaart stadjes lijken, zijn niets anders dan wat meer huizen bij elkaar op een wat grotere oppervlakte. Huizen met twee verdiepingen hebben we, buiten het half in de berg gebouwde appartementenhotel van Goulding niet gezien. Goulding was een man die in de twintiger jaren van de vorige eeuw een goede band had met de Navajo's. Hij handelde met ze, respecteerde ze en werd een ikoon. Ook onze camping heette Goulding. Het personeel was Navajo, wat voor ons nuttig was toen we wilden weten of er een camping was in Tuba City. Onze boekjes spraken elkaar tegen. Hoewel die plaats zo'n 90 mijl verderop ligt wist de indiaanse receptioniste het antwoord meteen: nee. We kregen de indruk dat Navajo's geen campings organiseren behalve de onze.
- Aan de wegen door het gebied -dat zijn er betrekkelijk weinig, het is er ruig en onherbergzaam- zie je om de paar mijl op een meter of dertig van de straat een kraam, hut, optrekje, waar de voorbijrijdende auto kan stoppen en door Navajo's gemaakte sieraden, 'jewellery' kan kopen. Soms kun je er een afspraak maken om met een jeep naar een Navajo-heiligdom te gaan.
Hoewel Goulding wel een prettige camping was gaf het gedoe met en de beloofde inhoud van de georganiseerde tours naar heiligdommen en John Wayne-country ons het gevoel dat het allemaal meer folklore was dan substance. We hebben geen van de tours gemaakt, dus weten het niet zeker. Om, voordat we het uitgestrekte Navajo-gebied verlieten, toch iets te weten te komen over de Navajo's (en de Hopi's, en andere stammen die er ook zijn), hebben we op onze laatste dag in dat gebied het nationale Navajo Monument bezocht.
Dat bezoek was een in zoverre een succes dat we er voor ons gevoel echt iets geleerd hebben. Onze vrouwelijke Navajo-gids was authentiek, echt, zich niet bewust van quasi-dingen. Ze was niet dom, niet slim, ze was solide. Ze sprak matig Engels, maar op den duur konden we haar goed volgen. We liepen met haar een pad vanwaar je een uitzicht had op het Nationale monument Betatakin, dat tot 1300 bewoond was geweest door de 'Puebloan' voorouders van indianenstammen. Omstreeks 1300 werd het gebied vanwege langdurige droogte verlaten. Achttien stammen, waaronder de Navajos's, zeggen dat het hun voorouders waren. We hoorden en zagen iets over de landbouwgeschiedenis en de huizenbouw (in naar een kant open grote spelonken). Maar wat we echt interessant vonden was wat ze vertelde en de manier waarop ze dat deed, over de struiken en bomen die we zagen. Een van haar vier paarden had veertien dagen geleden iets aan zijn been gekregen. Haar moeder zei toen tegen haar dat ze die en die schors of dat en dat blad (ik ben de details bergeten) moest koken en op de wond doen. Prima advies, de wond was snel genezen en het paard liep weer als voorheen. Scheelde haar een reis naar de vet in Tuba City. Ik ben veel van wat ze min of meer terloops vertelde vergeten. Haar moeder werd daarbij nog een paar keer genoemd. Sap uit de wortels (?) van de de yucca was goed om er je haar mee te wassen (voor haar persoonlijk overigens niet, omdat zij er allergisch voor was; zij moest daarom de smalbladige yucca nemen), hars van de juniperus (bepaalde soort) was goed om op een wond te smeren (ze liet ons de hars zien, heel kleverig natuurlijk, ik heb die gebruikt voor een sneetje in mijn hand (maar de hansaplast niet verwijderd). Pitten van een bepaalde juniperus (ze liet ze zien) kon je gebruiken om snoeren mee te maken, maar ook voor .. ik weet het niet meer. Veel van wat ze vertelde kwam allemaal min of meer toevallig aan de orde, doordat iemand iets vroeg, of doordat een zoogdier zijn uitwerpselen had achtergelaten. - Toen iemand na afloop van de wandeling aan haar vroeg of alles wat ze verteld had ook bekend was zei ze dat we alles in de boeken konden vinden. Maar ook dat het door sommige ouderen uit haar buurt niet goed gevonden werd om alles maar aan iedereen vertellen. Tja, zei ze, je kunt het nu allemaal op het internet vinden, dus veel geheims is er niet meer.
Van zo'n Navajo Reservation, waar geloof ik de Navajo's het voor het zeggen hebben, maar waar geen enkel perspectief lijkt te zijn op een natuurlijke ontwikkeling, word je een beetje treurig. Ik zou niet weten hoe het wel moest, en er zijn wel wat positieve kantjes. Er zijn scholen, schoolbussen verzamelen de kinderen van hun ge-isoleerde woonsteden. Op school leren de meisjes praktische dingen: textiele handwerken, weven voor het toerisme (zodat Els' Navajo-fleece niet meer uit Alaska hoeft te komen). Zulke dingen.
In het museumpje in Goulding zat een gezette indiaanse bij de kassa die eigenlijk geen kassa was: er was geen entree, maar je kon een vrijwillige bijdrage in een busje doen, waar ze de (vele) bezoekers zo nu en dan op wees. Ze had prachtig lang zwart haar, dat ze, gelijk Lorelei, aan een stuk door aan het kammen was. Uit nieuwsgierigheid vroeg ik haar, haar Engels was matig, wat ze thuis sprak, en wat de kinderen op school leerden. Er bleek een soortgelijke situatie te heersen als bij ons op het Friese platteland (en andere plattelanden): de kinderen spreken thuis alleen Navajo, maar de taal op school is Engels.
We (ik bedoel Els en ik) weten nog steeds niets van wat de Navajo's echt belangrijk vinden, en ook niet hoe ze in de praktijk van het gezin en de 'commune' (?) leven. We hebben naar van alles niet ge-informeerd, hoewel we er wel benieuwd naar waren. Moeten de indianen gewoon in dienst, en moeten hun vlechten (dieze niet altijd maar toch vrij vaak hebben) er dan af? Hebben ze allemaal op Obama gestemd?
Maar als er Navajo's zijn zoals onze gids in het Nationaal Monument moet dat betekenen dat relativeringsvermogen en het hebben van een open mind bij hen niet (altijd) wordt veroordeeld.
En je zegt Navaho, niet Navajo.
Wim
Abonneren op:
Posts (Atom)