Na de Navajo's zijn we drie dagen bij de Grand Canyon geweest. We hebben er gewandeld, hebben de schaal van de mijl-diepe en meer dan tien mijl brede canyon niet goed kunnen bevatten. Verbaasd gekeken naar de rotsformaties en hun kleuren. Het heeft weinig zin hier in algemene termen veel over te zeggen. We waren tevreden over de congruentie van wat we verwacht hadden te zien en wat we zagen.
- Er zijn allerlei trails, waarvan we er een paar gelopen hebben. De eenvoudige en vrijwel horizontale rim-trail met prachtige uitzichten hebben we gedaan, en ook het bovenste stuk van de Bright Angel trail. Dat pad kun je tot helemaal beneden wandelen, dat is een dagreis, en je komt dezelfde dag niet weer boven. Je kunt halverwege naar beneden gaan, daar overnachten (kamperen) en de volgende dag naar boven klimmen, een kleine kilometer (dat hebben Arend en Elise een jaar of 15 geleden gedaan). Je kunt gaan tot three mile resthouse, 600 meter dalen en daarna weer klimmen, daar staat een uur of zeven voor. En je kunt, zoals wij en vele anderen deden slechts gaan tot one and a half mile resthouse, dat is 350 meter dalen en klimmen, waar je gemiddeld twee-en-half uur over doet. Heel bevredigend.
We staan nu op een camping bij Bryce Canyon. De WiFi werkt er alleen in een soort lounge, niet op het kampeerterrein. In dat vertrekje zit ik nu een beetje ongemakkelijk vliegen van me af te slaan. We proberen morgen de blog bij te werken.
Els komt juist gedoucht binnen. Ze wil nu nu niet schrijven; de lounge gaat zometeen dicht.
Tot morgen dus,
Wim
maandag 28 september 2009
Tusen de Navajo's
22-24 september
Er is een supermarkt in ons dorpje Goulding. De supermarkt is echt en Els werkte er haar boodschappenlijst af terwijl ik vegeefs naar wijn zocht. Maar het dorpje is het niet, echt. Je hebt in dit hele gebied, de Navajo reservation, geen plaatsen, dorpen, vlekken of buurtschappen zoals wij die kennen. Soms zijn er wat huisjes, soms wat hutjes, soms is er zomaar een huis of zomaar een hutje. Grotere plaatsen, die op de kaart stadjes lijken, zijn niets anders dan wat meer huizen bij elkaar op een wat grotere oppervlakte. Huizen met twee verdiepingen hebben we, buiten het half in de berg gebouwde appartementenhotel van Goulding niet gezien. Goulding was een man die in de twintiger jaren van de vorige eeuw een goede band had met de Navajo's. Hij handelde met ze, respecteerde ze en werd een ikoon. Ook onze camping heette Goulding. Het personeel was Navajo, wat voor ons nuttig was toen we wilden weten of er een camping was in Tuba City. Onze boekjes spraken elkaar tegen. Hoewel die plaats zo'n 90 mijl verderop ligt wist de indiaanse receptioniste het antwoord meteen: nee. We kregen de indruk dat Navajo's geen campings organiseren behalve de onze.
- Aan de wegen door het gebied -dat zijn er betrekkelijk weinig, het is er ruig en onherbergzaam- zie je om de paar mijl op een meter of dertig van de straat een kraam, hut, optrekje, waar de voorbijrijdende auto kan stoppen en door Navajo's gemaakte sieraden, 'jewellery' kan kopen. Soms kun je er een afspraak maken om met een jeep naar een Navajo-heiligdom te gaan.
Hoewel Goulding wel een prettige camping was gaf het gedoe met en de beloofde inhoud van de georganiseerde tours naar heiligdommen en John Wayne-country ons het gevoel dat het allemaal meer folklore was dan substance. We hebben geen van de tours gemaakt, dus weten het niet zeker. Om, voordat we het uitgestrekte Navajo-gebied verlieten, toch iets te weten te komen over de Navajo's (en de Hopi's, en andere stammen die er ook zijn), hebben we op onze laatste dag in dat gebied het nationale Navajo Monument bezocht.
Dat bezoek was een in zoverre een succes dat we er voor ons gevoel echt iets geleerd hebben. Onze vrouwelijke Navajo-gids was authentiek, echt, zich niet bewust van quasi-dingen. Ze was niet dom, niet slim, ze was solide. Ze sprak matig Engels, maar op den duur konden we haar goed volgen. We liepen met haar een pad vanwaar je een uitzicht had op het Nationale monument Betatakin, dat tot 1300 bewoond was geweest door de 'Puebloan' voorouders van indianenstammen. Omstreeks 1300 werd het gebied vanwege langdurige droogte verlaten. Achttien stammen, waaronder de Navajos's, zeggen dat het hun voorouders waren. We hoorden en zagen iets over de landbouwgeschiedenis en de huizenbouw (in naar een kant open grote spelonken). Maar wat we echt interessant vonden was wat ze vertelde en de manier waarop ze dat deed, over de struiken en bomen die we zagen. Een van haar vier paarden had veertien dagen geleden iets aan zijn been gekregen. Haar moeder zei toen tegen haar dat ze die en die schors of dat en dat blad (ik ben de details bergeten) moest koken en op de wond doen. Prima advies, de wond was snel genezen en het paard liep weer als voorheen. Scheelde haar een reis naar de vet in Tuba City. Ik ben veel van wat ze min of meer terloops vertelde vergeten. Haar moeder werd daarbij nog een paar keer genoemd. Sap uit de wortels (?) van de de yucca was goed om er je haar mee te wassen (voor haar persoonlijk overigens niet, omdat zij er allergisch voor was; zij moest daarom de smalbladige yucca nemen), hars van de juniperus (bepaalde soort) was goed om op een wond te smeren (ze liet ons de hars zien, heel kleverig natuurlijk, ik heb die gebruikt voor een sneetje in mijn hand (maar de hansaplast niet verwijderd). Pitten van een bepaalde juniperus (ze liet ze zien) kon je gebruiken om snoeren mee te maken, maar ook voor .. ik weet het niet meer. Veel van wat ze vertelde kwam allemaal min of meer toevallig aan de orde, doordat iemand iets vroeg, of doordat een zoogdier zijn uitwerpselen had achtergelaten. - Toen iemand na afloop van de wandeling aan haar vroeg of alles wat ze verteld had ook bekend was zei ze dat we alles in de boeken konden vinden. Maar ook dat het door sommige ouderen uit haar buurt niet goed gevonden werd om alles maar aan iedereen vertellen. Tja, zei ze, je kunt het nu allemaal op het internet vinden, dus veel geheims is er niet meer.
Van zo'n Navajo Reservation, waar geloof ik de Navajo's het voor het zeggen hebben, maar waar geen enkel perspectief lijkt te zijn op een natuurlijke ontwikkeling, word je een beetje treurig. Ik zou niet weten hoe het wel moest, en er zijn wel wat positieve kantjes. Er zijn scholen, schoolbussen verzamelen de kinderen van hun ge-isoleerde woonsteden. Op school leren de meisjes praktische dingen: textiele handwerken, weven voor het toerisme (zodat Els' Navajo-fleece niet meer uit Alaska hoeft te komen). Zulke dingen.
In het museumpje in Goulding zat een gezette indiaanse bij de kassa die eigenlijk geen kassa was: er was geen entree, maar je kon een vrijwillige bijdrage in een busje doen, waar ze de (vele) bezoekers zo nu en dan op wees. Ze had prachtig lang zwart haar, dat ze, gelijk Lorelei, aan een stuk door aan het kammen was. Uit nieuwsgierigheid vroeg ik haar, haar Engels was matig, wat ze thuis sprak, en wat de kinderen op school leerden. Er bleek een soortgelijke situatie te heersen als bij ons op het Friese platteland (en andere plattelanden): de kinderen spreken thuis alleen Navajo, maar de taal op school is Engels.
We (ik bedoel Els en ik) weten nog steeds niets van wat de Navajo's echt belangrijk vinden, en ook niet hoe ze in de praktijk van het gezin en de 'commune' (?) leven. We hebben naar van alles niet ge-informeerd, hoewel we er wel benieuwd naar waren. Moeten de indianen gewoon in dienst, en moeten hun vlechten (dieze niet altijd maar toch vrij vaak hebben) er dan af? Hebben ze allemaal op Obama gestemd?
Maar als er Navajo's zijn zoals onze gids in het Nationaal Monument moet dat betekenen dat relativeringsvermogen en het hebben van een open mind bij hen niet (altijd) wordt veroordeeld.
En je zegt Navaho, niet Navajo.
Wim
Er is een supermarkt in ons dorpje Goulding. De supermarkt is echt en Els werkte er haar boodschappenlijst af terwijl ik vegeefs naar wijn zocht. Maar het dorpje is het niet, echt. Je hebt in dit hele gebied, de Navajo reservation, geen plaatsen, dorpen, vlekken of buurtschappen zoals wij die kennen. Soms zijn er wat huisjes, soms wat hutjes, soms is er zomaar een huis of zomaar een hutje. Grotere plaatsen, die op de kaart stadjes lijken, zijn niets anders dan wat meer huizen bij elkaar op een wat grotere oppervlakte. Huizen met twee verdiepingen hebben we, buiten het half in de berg gebouwde appartementenhotel van Goulding niet gezien. Goulding was een man die in de twintiger jaren van de vorige eeuw een goede band had met de Navajo's. Hij handelde met ze, respecteerde ze en werd een ikoon. Ook onze camping heette Goulding. Het personeel was Navajo, wat voor ons nuttig was toen we wilden weten of er een camping was in Tuba City. Onze boekjes spraken elkaar tegen. Hoewel die plaats zo'n 90 mijl verderop ligt wist de indiaanse receptioniste het antwoord meteen: nee. We kregen de indruk dat Navajo's geen campings organiseren behalve de onze.
- Aan de wegen door het gebied -dat zijn er betrekkelijk weinig, het is er ruig en onherbergzaam- zie je om de paar mijl op een meter of dertig van de straat een kraam, hut, optrekje, waar de voorbijrijdende auto kan stoppen en door Navajo's gemaakte sieraden, 'jewellery' kan kopen. Soms kun je er een afspraak maken om met een jeep naar een Navajo-heiligdom te gaan.
Hoewel Goulding wel een prettige camping was gaf het gedoe met en de beloofde inhoud van de georganiseerde tours naar heiligdommen en John Wayne-country ons het gevoel dat het allemaal meer folklore was dan substance. We hebben geen van de tours gemaakt, dus weten het niet zeker. Om, voordat we het uitgestrekte Navajo-gebied verlieten, toch iets te weten te komen over de Navajo's (en de Hopi's, en andere stammen die er ook zijn), hebben we op onze laatste dag in dat gebied het nationale Navajo Monument bezocht.
Dat bezoek was een in zoverre een succes dat we er voor ons gevoel echt iets geleerd hebben. Onze vrouwelijke Navajo-gids was authentiek, echt, zich niet bewust van quasi-dingen. Ze was niet dom, niet slim, ze was solide. Ze sprak matig Engels, maar op den duur konden we haar goed volgen. We liepen met haar een pad vanwaar je een uitzicht had op het Nationale monument Betatakin, dat tot 1300 bewoond was geweest door de 'Puebloan' voorouders van indianenstammen. Omstreeks 1300 werd het gebied vanwege langdurige droogte verlaten. Achttien stammen, waaronder de Navajos's, zeggen dat het hun voorouders waren. We hoorden en zagen iets over de landbouwgeschiedenis en de huizenbouw (in naar een kant open grote spelonken). Maar wat we echt interessant vonden was wat ze vertelde en de manier waarop ze dat deed, over de struiken en bomen die we zagen. Een van haar vier paarden had veertien dagen geleden iets aan zijn been gekregen. Haar moeder zei toen tegen haar dat ze die en die schors of dat en dat blad (ik ben de details bergeten) moest koken en op de wond doen. Prima advies, de wond was snel genezen en het paard liep weer als voorheen. Scheelde haar een reis naar de vet in Tuba City. Ik ben veel van wat ze min of meer terloops vertelde vergeten. Haar moeder werd daarbij nog een paar keer genoemd. Sap uit de wortels (?) van de de yucca was goed om er je haar mee te wassen (voor haar persoonlijk overigens niet, omdat zij er allergisch voor was; zij moest daarom de smalbladige yucca nemen), hars van de juniperus (bepaalde soort) was goed om op een wond te smeren (ze liet ons de hars zien, heel kleverig natuurlijk, ik heb die gebruikt voor een sneetje in mijn hand (maar de hansaplast niet verwijderd). Pitten van een bepaalde juniperus (ze liet ze zien) kon je gebruiken om snoeren mee te maken, maar ook voor .. ik weet het niet meer. Veel van wat ze vertelde kwam allemaal min of meer toevallig aan de orde, doordat iemand iets vroeg, of doordat een zoogdier zijn uitwerpselen had achtergelaten. - Toen iemand na afloop van de wandeling aan haar vroeg of alles wat ze verteld had ook bekend was zei ze dat we alles in de boeken konden vinden. Maar ook dat het door sommige ouderen uit haar buurt niet goed gevonden werd om alles maar aan iedereen vertellen. Tja, zei ze, je kunt het nu allemaal op het internet vinden, dus veel geheims is er niet meer.
Van zo'n Navajo Reservation, waar geloof ik de Navajo's het voor het zeggen hebben, maar waar geen enkel perspectief lijkt te zijn op een natuurlijke ontwikkeling, word je een beetje treurig. Ik zou niet weten hoe het wel moest, en er zijn wel wat positieve kantjes. Er zijn scholen, schoolbussen verzamelen de kinderen van hun ge-isoleerde woonsteden. Op school leren de meisjes praktische dingen: textiele handwerken, weven voor het toerisme (zodat Els' Navajo-fleece niet meer uit Alaska hoeft te komen). Zulke dingen.
In het museumpje in Goulding zat een gezette indiaanse bij de kassa die eigenlijk geen kassa was: er was geen entree, maar je kon een vrijwillige bijdrage in een busje doen, waar ze de (vele) bezoekers zo nu en dan op wees. Ze had prachtig lang zwart haar, dat ze, gelijk Lorelei, aan een stuk door aan het kammen was. Uit nieuwsgierigheid vroeg ik haar, haar Engels was matig, wat ze thuis sprak, en wat de kinderen op school leerden. Er bleek een soortgelijke situatie te heersen als bij ons op het Friese platteland (en andere plattelanden): de kinderen spreken thuis alleen Navajo, maar de taal op school is Engels.
We (ik bedoel Els en ik) weten nog steeds niets van wat de Navajo's echt belangrijk vinden, en ook niet hoe ze in de praktijk van het gezin en de 'commune' (?) leven. We hebben naar van alles niet ge-informeerd, hoewel we er wel benieuwd naar waren. Moeten de indianen gewoon in dienst, en moeten hun vlechten (dieze niet altijd maar toch vrij vaak hebben) er dan af? Hebben ze allemaal op Obama gestemd?
Maar als er Navajo's zijn zoals onze gids in het Nationaal Monument moet dat betekenen dat relativeringsvermogen en het hebben van een open mind bij hen niet (altijd) wordt veroordeeld.
En je zegt Navaho, niet Navajo.
Wim
Abonneren op:
Posts (Atom)