We waren daar om de grootste, oudste, hoogste, ik weet het niet precies, bomen van ons aardrijk te zien. Daar hebben we wel iets voor over gehad, want de weg waaraan die bomen staan loopt 60 mijl door bergachtig gebied, van 400 tot boven de 8000 voet (2400 meter), zonder zijwegen die ergens anders heen leiden dan naar wandelpaden langs sequoia's. Het probleem daarbij was voor ons dat die beroemde boom en zijn makkers zo'n tien mijl van het ene einde van die weg staan, maar dat je met een RV van 25 voet de bochten die in die tien mijl zitten niet (goed) kunt nemen. De parkdirectie zegt daarom dat het 'not advised' is om met een auto langer dan 22 voet die weg te berijden, en van de baas van onze huurauto moet je naar zo'n advies luisteren. Wij reden dus eerst 50 mijl over de begane grond naar het Noorden om daarna door het hooggebergte terug te gaan in zuidelijke richting, een ongemakkelijke tocht van anderhalf uur. Op driekwart daarvan begon het licht te sneeuwen, maar bij generaal Sherman scheen het zonnetje weer. Na de plaatjes van de kleine mensjes voor de grote bomen wilden we nog iets verder naar beneden rijden om nog wat meer verbazing binnen te krijgen. Maar het begon weer te sneeuwen, de lucht werd donker, het was ijzig koud, en de terugtocht over een besneeuwde weg zou meer dan anderhalf uur vergen; onderweg hadden ook dreigende borden over kettingen gestaan; wij hadden geen kettingen. Dus aan de terugweg begonnen. Die liep voorspoedig, eerst weliswaar over een natte weg met sneeuw in de bermen en in het bos, maar na een kwartiertje weer een aarzelende zon, en toen we beneden de 1500 meter kwamen zag het weer er alweer goed uit. Wel bleef het koud. (Pas in de loop van de avond, nadat we in Fresno een camping hadden gevonden (internet-vriendelijk ook nog) en daar een stevig wandelingetje hadden gemaakt kreeg Els weer warme handen en voeten.)
Veel getrek om een boom te zien. De Michelingids zegt voor zulke unieke zaken 'Vaut le detour' en wij zeggen dat Michelin na. We kregen nog een beer op de koop toe. Anderen mogen geuren met hun beren in Yellowstone en Bryce Canyon; de onze kruiste daarboven bij de sequoia's in de meest letterlijke zin ons pad. En we zijn niet eens bang geweest. Het bibberen van Els' handen ging buiten haar wil om, we zijn niet weggelopen.
Morgenvroeg naar Yosemite. Daar hebben we echt geen internet. En geen hookup (electra). We hopen dat het weer goed blijft, en dat het niet te koud wordt. In de camper hebben we tegenwoordig als we opstaan eerst even de kachel aan. Ook de laatste nacht in Bakersfield was koud, hoewel die plaats niet hoog ligt. - Een aardig detail van de camping die we daar hadden was dat hij Riverside heette, maar dat, toen wij bij de office vroegen of we een plaatsje langs de rivier (de Kern) konden krijgen het meisje een beetje ongemakkelijk lachend zei dat ze onze wens kon vervullen, maar dat er helaas geen water in de rivier zat. Veel te droog de laatste tijd.
Wel, tot over een poos(je). Woensdagavond verwachten we een camping in Oakland te hebben. Ik hoop dat we donderdagochtend de camper op tijd kwijt kunnen, want ik wil graag tijdig op het vliegveld zijn om er voor kunnen zorgen dat we weer redelijke plaatsen hebben voor onze vlucht van donderdagmiddag. Online inchecken lijken ze hier niet te doen.
Misschien was dit mijn laatste bijdrage aan deze blog. Het was leuk om te doen, kost wel tijd.
Wim
Nou als dit Beer Zwarte Vlek is vind ik 'm behoorlijk op een beer lijken en ook zo nabij, dat mijn handen ook zouden trillen ...
BeantwoordenVerwijderenAnne
(die foto was van Wim)
BeantwoordenVerwijderen