Twee dagen gereisd. Donderdagochtend 17 september in zuidelijke richting vertrokken naar het Grand Teton park. Je komt dan langs Old Faithful en ja, we zouden hem nog wel een keer willen zien. Gedaan. Weer spannend, weer een beetje teleurstellend.
Het Grand Teton park is genoemd naar de Tetons, een paar hoge, indrukwekkende, kale en volgens de Franse naamgevers borstige bergen. We wilden er een nacht doorbrengen, maar de beoogde camping was vol en de volgende waar hook-up-mogelijkheden waren lag 45 mijl zuidelijker. Op weg daarheen hadden we fantastische vergezichten met de Tetons als achtergrond en reden we door een schitterend landschap, wat de geplande wandelingen een beetje vergoedde.
De camping bij Jackson was redelijk. Voor Els was heel belangrijk dat ze kon douchen en een was (ik geloof zelfs een paar wassen) doen. Ze had er plezier in dat dat allemaal lukte, ook het drogen in een droger. Je kon in de buurt boottochten maken op een meer. Verder was het fijn voor ons, dat buurman Mike, die in Amsterdam bij de IBM gewerkt had, wist hoe ik onze WiFi aan de praat kon krijgen. In het Yelpark hadden we geen bereik, dus we hadden de blog de blog moeten laten. - Verder vonden we in hem (en zijn vrouw) medestanders in onze kritiek op ons voertuig. Niet werkende sluitingen van kastjes, het niet functioneren van de water-aansluiting, de ouderdom van onze voertuigen: vier jaar in plaats van de verwachte twee. De vrouwen waren het er over eens dat een snijplank voor groente en uien bij een standaarduitrusting had moeten behoren (ze hadden er beide nu zelf eentje gekocht), en dat er ook een koekepan had moeten zijn. Hier redt Els zich met een andere pan, mevrouw Mike had er een aangeschaft.
De tocht naar Salt Lake City de volgende dag ging door een eenzaam, indrukwekkend, soms ruig, soms wat gemoedelijker landschap. De 89, die we de hele dag volgden ging wel over een paar stoere klimmen. Dat is niet zo erg, gaf een Zwitsers gevoel, maar ik denk dan altijd wat met de motor mee, die al honderdtienduizend mijl (hard) heeft moeten werken. Een breakdown daar hoog in de bergen is niet iets waar je naar uitkijkt.
Over de bergtemperaturen' schreef Els al. Onze laatste campings lagen op zo'n 2000 meter, en met helder weer is het dan 's avonds, 's nachts en vroeg in de ochtend tamelijk koud; soms was de dump vanwege de nachtelijke vorst gesloten. We redden ons net met het dek(en)materiaal, maar het hield niet over.
Over boodschappen doen zullen we nog wel eens wat vertellen.
Wat in Amerika opvalt is dat dorpen of andere conglomeraties van mensen zich nooit collectief hebben hoeven te verdedigen: nooit zijn er stadsmuren of grachten, nooit een duidelijke afronding van een plaats. Die begint met een paar industrie-en of winkels, er zijn wat huizen en andere gebouwen, soms zijstraten, soms haast niet, en dat was dan het dorp of het stadje. Steden als in Europa zijn er niet. - Je weet dat, maar als je het in het echt ziet vind je dat het iets ongemakkelijks heeft.
We kwamen om een uur of vier vrijdag in SLC aan. De mormonen bleken een free shuttleservice te onderhouden tussen ons kampterrein en het centrum, en om tien over vijf busten we naar Salt Lake City. Gedurende ons eerste uur daar ontfermden zich een paar mormoonse 'sisters' over ons. Dat zijn vrijwilligsters uit allerlei landen die hier een soort dienstplicht vervullen en je door het centrum gidsen, dat wil zeggen over en door het 'Temple Square'. Verbazende gebouwen en instellingen zijn daar te zien. Daarover later meer.
Wim
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten